1.2 teken de route

Uitleg over de technische details in geleideroutes

Je schetst je route door te geleiden,

te informeren, te attenderen en te waarschuwen

  1. De breedte van een geleideroute is minimaal 30 centimeter en maximaal 60 centimeter. Kies de gewenste breedte van jouw route . Geef het begin- en eindpunt van je geleidepad aan op je Schetshulp.  Leg de geleideroute bij voorkeur 60 centimeter vanaf objecten of vanaf de muur.

2.Geef belangrijke markeringspunten aan met een informatiemarkering. Markeringspunten zijn bijvoorbeeld een wachtlocatie op kantoor, een ophaalpunt bij een medisch centrum of een plaats in een museum met extra informatie over een kunstobject. Een informatiemarkering heeft een oppervlak van 60 x 60 centimeter. In kleine ruimtes kun je volstaan met een kleinere informatiemarkering.

3. Geef aftakkingen in de route aan met een keuzevlak. Een keuzevlak wordt ook wel een attentiemarkering genoemd en is 60 x 60 centimeter. Dit vlak houd je vrij van geleidelijnen.

4. De afmeting van een waarschuwingsmarkering hangt af van het te markeren object. Een waarschuwingsmarkering is minimaal 60 centimeter breed en kan wel tot 3 meter lang uitgevoerd worden, bijvoorbeeld bovenaan een trap.

 

Waar start je de geleideroute?

Een natuurlijke gidslijn is de basis

In wezen start elke geleidelijn vanaf een natuurlijke gidslijn. Een gidslijn is een al bestaande of nog te creëren structuur die gebruikt kan worden om als route te volgen. Vanaf het punt waarop de gidslijn niet meer te volgen is, pak je de route op met een geleidelijn.

Buiten
Buiten kun je bijvoorbeeld gebruik maken van het verschil in tast met de stok tussen de stoep en het grasperk en een (vrij van obstakels) te volgen muur (waar dus ook geen fietsen tegenaan mogen staan). Zodra er een aangelegde geleideroute vooraf gaat aan een natuurlijke gidslijn, dan geeft dit de gebruiker de nodige zekerheid dat deze route obstakelvrij te volgen is.

Binnen
Het is niet de bedoeling om een ruimte vol te leggen met geleidelijnen. De kunst is om de ruimte zo in te richten dat er zogenaamde natuurlijke gidslijnen ontstaan. Een natuurlijke gidslijn is bijvoorbeeld een (vrij van obstakels) te volgen wand of een dicht hekwerk. 

Een weg oversteken op eigen terrein

Op de rijweg of het fietspad liggen nooit geleidelijnen. Logisch, want dit is geen veilige plaats. Op het trottoir wordt een waarschuwingsmarkering aangebracht van 60 centimeter breed en 180 centimeter lang bij 1 rijstrook; 240 centimeter lang bij 2 rijstroken; 300 centimeter lang bij 4 rijstroken; 360 centimeter lang bij 4 rijstroken. 

detail volgt

Een opstelplaats maken, zoals een taxistandplaats of kiss & ride

Als er een specifieke plaats is buiten waar bijvoorbeeld de taxi stopt, kun je vanaf daar de route starten.

Je start met een informatiemarkering op het trottoir naast de plek waar de taxi stopt. Deze markering is 60 x 90 centimeter. 

detail volgt

Hoe maak ik mijn entree toegankelijk ?  

In de buitenruimte wil je dat de gebruiker vanaf een natuurlijke gidslijn de nieuwe geleidelijn of informatiemarkering tegenkomt. Plan een geleidelijn (eventueel overdwars) op het trottoir naar jouw entree en markeer de entree met een informatiemarkering. Houd er wel rekening mee dat je alleen op eigen grond zomaar een route mag aanleggen. Geen eigen grond? Ga dan in overleg met je gemeente. De informatiemarkering plaats je voor de deur of ter hoogte van bijvoorbeeld de intercom.

 

De route binnen

Vanaf de naar buiten draaiende voordeur of een schuifdeur start je de geleidelijn binnen in het 'hart' (het midden) van de deur. 
Bij een draaideur loopt de route naar de linkerzijde, zodat de gebruiker de meeste tijd heeft om de opening te vinden en er in te lopen.


Tip: heb je een glazen pui, schuifdeur of draaideur? Voorkom ongelukjes en markeer het glas optisch door op 1,4 meter hoogte en op 1,6 meter hoogte een band, logo of stippen op het glas te plakken in een contrasterende kleur. Uitleg hierover vind je bijvoorbeeld bij ongehinderd.nl.
Meer tips over toegankelijkheid vind je bij de links van partners.

Let vooraf aan het plaatsen op of de ruimte tussen de vloer en deur groot genoeg is om de geleidelijn aan te brengen. 

Er staat een obstakel in de route

Een obstakel is hoeft niet altijd een echt obstakel te zijn, maar  kan eerder juist een herkenningspunt in de route zijn. Het obstakel kun je op twee manieren veilig passeren.

  1. Is er een geleidelijn gepland? Houd de zijkant van de buitenste geleidelijn 60 tot minimaal 30 centimeter vanaf het obstakel. 
  2. Is het een natuurlijke gidslijn? Markeer het obstakel door noppen (een waarschuwingsmarkering) om het obstakel te plaatsen.                     

hoekoplossingen in de route  

De splitsingen en hoeken in de route zijn standaard 60 x 60 centimeter, maar een veelhoek is ook maakbaar.  Wij leveren bij de bestelling een sjabloon mee om de standaard haakse hoek eenvoudig aan te leggen. Zie technische details voor de meest voorkomende Hoekoplossingen en T-kruising.

een niveauverschil overbruggen

trap in de route 

Van en naar trappen, uitvoering route onderaan de trap en bovenaan de trap. Een geleidelijn loopt naar de linkerkant van de trap, vanaf onderaan de trap gezien. En bovenaan naar de rechterkant vanaf boven gezien. Dit is dus dezelfde kant van de trap; zie de schets ter verduidelijking. Bovenaan de trap: leg het noppenvlak op 60 centimeter vanaf het trapgat, zodat de gebruiker kan anticiperen tijdens het lopen en op tijd kan stoppen. Leg de waarschuwingsmarkering over de volle breedte van de trap; minimaal 60 centimeter breed. Bij trappen breder dan 150 centimeter, waar ook een geleidelijn aan vooraf gaat, moet het vlak minstens 150 centimeter breed zijn en kan de rest van de ruimte vrijgehouden worden. De noppen starten dan vanaf bovenaan de trap gezien, vanaf de rechterkant 

een hellingbaan in de route 

Bij 'flauwe' hellingbanen van minder dan 1:20 kan de geleidelijn gewoon doorlopen over de hellingbaan. Is de hellingbaan steiler, dan is een leuning gewenst en attendeer je op de hellingbaan door een opening vrij te houden van 30 x 60 centimeter onder- en bovenaan de hellingbaan.

met de lift(en)

Is er 1 lift? Leid de gebruiker dan naar de liftdeur. Opent de lift in het midden, leid dan naar het midden van de liftdeur. Opent de lift vanaf 1 kant, leid dan naar de kant waar de liftdeur het eerst opent. 

Zijn er meerdere liften? Leid de gebruiker dan naar de liftknop.

zie alle technische details Liften in de download.

de route naar de (receptie)balie

De geleidelijn eindigt voor de balie. Je hoeft de geleidelijn niet tegen de balie aan te laten lopen, stop circa 30 a 40cm voor de balie met de lijnen.

attenderen op specifieke locaties, zoals naar de toilettengroep of afdeling

Is er een geleidelijn aanwezig? Maak een geleideroute naar de specifieke locatie, in onze detailtekening is dit de toilettengroep. 

Geen voorafgaande geleidelijn aanwezig, zoals bij een natuurlijke gidslijn? Markeer de toilettengroep door lijnen overdwars op de looproute te plaatsen.

Wil je compleet zijn, een overzicht met alle technische detailtekeningen staan in het roze informatievak aan de linkerkant van de site op Tools/ technische details.

Je schetsplan is gereed.
Dit zijn de meest voorkomende situaties. Je kunt nu de geleideroute zelf ontwerpen en samenstellen. Is jouw plan heel wat uitgebreider of wil je het door ons laten checken?  
Mail ons gerust of spreek een terugbelverzoek in.

 

Tip: heb je een glazen pui, schuifdeur of draaideur? Voorkom ongelukjes en markeer het glas optisch door op 1,4 meter hoogte en op 1,6 meter hoogte een band, logo of stippen op het glas te plakken in een contrasterende kleur. Uitleg hierover vind je bijvoorbeeld bij ongehinderd.nl.
Meer tips over toegankelijkheid vind je bij de links van partners.

Let vooraf aan het plaatsen op of de ruimte tussen de vloer en deur groot genoeg is om de geleidelijn aan te brengen.